Hoe ik de gerechten hielp om effectiever met hun tijd om te gaan.

Harderwijk, 21 april 2017. Toe ik 18 jaar advocaat was, in 2004, schreef ik de President van de Rechtbank Den Haag, mr. Hofhuis, een brief. De aanleiding was, dat ik het wachten bij  strafzittingen zat was.

De week ervoor had ik voor de zoveelste keer 3 uur moeten wachten, omdat een meervoudige kamer strafzaak, die om 2 uur had moeten beginnen om 5 uur nog niet was uitgeroepen. En dat was in die tijd meer regel dan uitzondering. De zittingsrechter had ook niet het fatsoen om de griffier of de bode naar buiten te sturen en te zeggen, dat het uit de hand liep en dat we iets anders moesten gaan doen, of willekeurig welke andere instructie te geven.

In de brief schreef ik dat ik niet zei dat er niets gebeurde, omdat zich dat aan mijn waarneming onttrok en tegelijkertijd gaf ik aan dat ik al 18 jaar regelmatig moest wachten wanneer het ging om strafzaken en dat men niet eens het fatsoen had naar buiten te komen om aan te geven hoe lang het nog zou duren. Ik schreef ook dat ik zelden een punt maak van dit soort zaken en dat ik na 18 jaar wel enig recht van spreken had. Ik nodigde de President van de Rechtbank uit met de Hoofdofficier en de Deken te gaan praten en dit probleem aan te pakken.

Ik gaf aan dat alles valt en staat met het managen van de tijd op de zitting. Ik gaf ook aan, dat rechters juristen zijn en geen bedrijfskundigen en dat zij dit derhalve in het verleden niet geleerd hadden. Ik gaf ook aan dat zij het niet zelf hoefden te doen en dat ze dat moesten delegeren aan de griffier.

Ik stelde voor, dat vanwege de weerstand die deze wijziging van het proces zou oproepen, zij een pilot project zouden uitvoeren bij een rechtbank en als dat werkte, zij het over de hele rechtbank zouden uitrollen en vervolgens over alle gerechten in Nederland.

In het begin had mr. Hofhuis geen zin om mijn brief te beantwoorden. Ik heb hem toen aangegeven, dat ik lid was van de klankbordgroep Veiligheid en Justitie van de VVD en dat als hij niet binnen 14 dagen zou antwoorden ik mijn brief aan de Minister en de Staatsecretaris en de vaste Kamercommissie van Justitie zou sturen. Binnen 14 dagen kreeg ik antwoord.

Mijn brief heeft er uiteindelijk toe geleid dat in de strafsector een verkeerskamer is ingevoerd na 11 jaar, die advocaten en officieren van justitie van te voren schriftelijk instrueert hoeveel tijd ze krijgen ter zitting om hun pleidooi of requisitoir te houden.

Ik hoor van bevriende strafrechtadvocaten en weet uit eigen ervaring, dat in de loop der jaren er een hoop ten goede veranderd is bij de rechtbanken als het gaat om bedrijfsmatiger denken en met je tijd om gaan. Daarbij worden de gerechten ook gestimuleerd door het feit dat zij tegenwoordig een bepaalde productie moeten halen om hun financiering veilig te stellen.

Het probleem zoals dat in de 90er jaren werd gecommuniceerd door rechters dat hun werklast te hoog is, heeft zich in de loop der jaren opgelost, doordat een groot aantal routinematige werkzaamheden steeds meer door computers wordt overgenomen. Het heeft er al toe geleid dat het aantal rechtbanken van 19 naar 11 is teruggebracht en het aantal hoven van 5 naar 4.

De voormalige Staatsecretaris Fred Teeven heeft er door allerlei budgettaire maatregelen toe bijgedragen, dat de toegang tot de gerechten voor steeds minder mensen beschikbaar is. De problemen worden door de ontwikkelingen in de IT vanzelf opgelost. Of dat de oplossing is die wij wensen is de vraag.